Eens homoseksueel..... een getuigenis (Johan van de Sluis)

Van mijn vijftiende tot mijn achtentwintigste jaar heb ik als homoseksueel geleefd. Volgens de bekende, reeds overleden, seksuoloog C. van Emde Boas was mijn diepste persoonlijkheid homoseksueel. Ik kwam in bars, dancings en ging daar met homoseksuelen om. Ik had ook drie jaar lang een vaste vriend, met wie ik samenwoonde. Langzamerhand kwam ik echter tot de ontdekking dat deze relatie me niet gelukkig maakte. Ik werd me ervan bewust dat het homoseksuele leven voor mij disharmonie betekende en steriel was. Het laatste jaar van die relatie was daarom een periode van innerlijke conflicten. Ik ervoer dat het homoseksuele leven botste met mijn godsdienstige overtuigingen en ik lag daarom vaak overhoop met mijn vriend. Ik kreeg het idee dat ik hieruit weg wilde en verbrak uiteindelijk de relatie.

Achteraf kan ik zeggen dat God het was die mij toonde dat mijn levenswijze niet naar Zijn wil was. Dat had ik jarenlang niet ingezien. Ik ben opgegroeid in een christelijk gezin en verlangde als kind al naar vrede met God. Die vrede ebde weg toen ik als homoseksueel ging leven, omdat die levensstijl indruiste tegen Gods geboden. Op een gegeven moment heb ik echter gezegd dat ik Hem meer gehoorzaam wilde zijn dan te luisteren naar mensen die mij vertelden dat het wèl toegestaan was een homoseksuele relatie aan te gaan.

Een nieuwe schepping

Ik kwam toen in contact met christenen en na verloop van tijd heb ik me laten dopen. Na afloop van die samenkomst hebben enkele gelovigen mij de handen opgelegd en met mij gebeden voor verandering van mijn homoseksuele gerichtheid. Vanaf dat moment mocht ik gaan geloven dat ik vrij was. De volgende dag voelde ik me echter nog net zo homoseksueel als daarvoor. In paniek belde ik een bevriend echtpaar op, dat erbij was toen er voor mij gebeden werd. Zij vertelden mij dat ik toch werkelijk vrij was, en dat ik dat mocht gaan geloven, ook al vertelden mijn gevoelens mij iets anders. Ze wezen me op de woorden uit de bijbel: "Zo is dan wie in Christus is, een nieuwe schepping, het oude is voorbij gegaan, zie, het nieuwe is gekomen." (2 Kor. 5:17) Vanaf dat moment ben ik gaan vasthouden aan Gods beloften dat ik vrij was.

Mijn oude mens was nu "medegekruisigd met Christus" (Rom. 6:6). Dat had tot gevolg dat mijn zintuigen langzamerhand anders gingen reageren. Dat was geen suggestie, nee, dat was een leven door geloof in Gods beloften en ik was daar zelf actief bij betrokken. Ik moest me bijvoorbeeld oefenen in het vergeten van oude vrienden, ik verbrak met allen de relatie. Ik ging ook niet meer naar plaatsen die met mijn vorige levenswijze samenhingen. Ook stoffelijke herinneringen aan het verleden heb ik weggedaan, ik was daarin radicaal. Maar er was gelukkig niet alleen sprake van het afstand doen van negatieve dingen: in het leven met Christus ging ook een hele nieuwe wereld voor me open. Ik wàs een nieuwe schepping en dat maakte me intens gelukkig. Het verlichtte de strijd tegen mijn homoseksuele gevoelens enorm. In die periode kwam ik er bijvoorbeeld achter dat mijn 'fijne' smaak niets te maken had met mijn homoseksuele gevoelens en ook niet verkeerd was.

Vooral in het begin was het risico van terugval erg groot. Ik bleef voorlopig immers een herstellende persoonlijkheid. Mijn ziel was gewond en moest genezen van mijn homoseksuele gevoelens. Hoe meer ik echter herstelde, hoe meer ik uitgroeide tot een heteroseksuele man en hoe minder ik andere mannen nodig had om het tekort in mijn persoonlijke ontplooiing aan te vullen. Het gebeurde me soms nog wel dat ik bij het zien van een bepaalde man gevoelens van bewondering ervoer, gevoelens die een zekere bevrediging gaven. Maar langzamerhand begon, vanuit mijn relatie met Christus, het gevoel volwaardig man te zijn te overheersen. Ik had daar geen identificatie met andere mannen meer voor nodig. Bovendien ontstonden heteroseksuele verlangens.

Ik heb gebeden dat God het zo zou leiden dat ik spontaan verliefd zou worden op een vrouw. Vijf jaar nadat ik gebroken had met de homoseksuele levenswijze en mijn gevoelens begonnen te veranderen, ben ik getrouwd. Dat is nu alweer meer dan vijfentwintig jaar geleden. We hebben samen drie kinderen gekregen, een dochter en twee zoons. In mijn huwelijk heb ik ervaren dat heteroseksualiteit veel meer in zich heeft dan een homoseksuele leefwijze ooit zou kunnen hebben.

Sinds 1975 werk ik bij de Vereniging 'Tot Heil des Volks' als projectleider van EHAH. U kunt mijn levensverhaal uitvoeriger lezen in het boekje 'Ik ben niet meer zo'.

Johan van de Sluis

http://www.different.nl